Overslaan naar inhoud

De nieuwe meerwaardebelasting: wat u moet weten

Een nieuwe belasting op financiële activa

Sinds 1 januari 2026 geldt in België een meerwaardebelasting op financiële activa (wet van 6 april 2026, BS 21 april 2026). Meerwaarden op aandelen, obligaties, crypto en beleggingsgoud die u privé realiseert bij een overdracht onder bezwarende titel, vielen historisch in principe buiten het bereik van de fiscus. Vanaf nu worden ze wel belast.

De nieuwe regeling speelt enkel in de personenbelasting en rechtspersonenbelasting, dus bij natuurlijke personen (en bepaalde vzw’s). Meerwaarden gerealiseerd binnen een vennootschap blijven onder het bestaande regime van de vennootschapsbelasting vallen.

De drie regimes in één oogopslag

Regime

Wanneer?

Tarief en vrijstelling

Algemeen regime (restcategorie)

Meerwaarden op financiële activa die niet onder de twee andere categorieën vallen

Vlak tarief van 10 %, jaarlijkse voetvrijstelling van € 10.000, beperkt overdraagbaar

Aanmerkelijk belang

Vanaf 20 % participatie (per persoon)

Progressieve tarieven (1,25 % tot 10 %) en een vrijstelling tot € 1.000.000 over 5 jaar

Interne meerwaarden

Verkoop aan een vennootschap waarover de overdrager, alleen of met naaste familie, controle heeft

Specifieke heffing van 33 %

Beroepsmatige meerwaarden en speculatieve of abnormale verrichtingen blijven buiten dit nieuwe stelsel, met behoud van hun eigen kwalificatie en tarieven.

Het fotomoment van 31 december 2025

Voor activa die vóór 1 januari 2026 werden verworven, geldt in beginsel de waarde op 31 december 2025 als aanschaffingswaarde. De meerwaarde die tot dan werd opgebouwd, blijft zo buiten de heffing.

  • Hogere oorspronkelijke aanschaffingswaarde: tot en met 31 december 2030 kan de belastingplichtige op verzoek de oorspronkelijke aanschaffingswaarde gebruiken, voor zover die hoger ligt dan de waarde op het fotomoment.
  • Niet-beursgenoteerde aandelen: de wet biedt meerdere waarderingsankers, zoals transactiewaarden in 2025 met derden, waarden bij een kapitaalverhoging, onafhankelijke contractuele formules of een forfaitaire methode (eigen vermogen verhoogd met 4 x EBITDA). Een waardering door een bedrijfsrevisor of onafhankelijk gecertificeerd accountant is mogelijk tot en met 31 december 2027.
  • Crypto-activa: ruime vrijheid van bewijsvoering. Een screenshot van de koers in de gebruikte tradingapp volstaat. Enkel als er geen waarde beschikbaar is, wordt teruggevallen op een revisor of accountant.
  • Beleggingsgoud: de circulaire bevat een lijst met waarden op het fotomoment. Het ijkpunt is de waarde van een kilogram goud van 24 karaat op 31 december 2025 volgens de Nationale Bank van België: € 117.910,00.

Circulaire 2026/C/74: de belangrijkste verduidelijkingen

Op 22 juli 2026 publiceerde de FOD Financiën circulaire 2026/C/74. Een selectie van de punten die in de praktijk het verschil maken:

Wie is belastingplichtig?

De meerwaarde is in beginsel belastbaar in hoofde van de eigenaar of blote eigenaar van het actief (art. 92, § 3, a) WIB 1992), met inachtneming van het huwelijksvermogensrecht. Bij een gemeenschappelijk goed geeft elke echtgenoot de helft van de meerwaarde aan, bij een eigen goed enkel de betrokken echtgenoot. Voor goederen die eigen zijn op basis van de “titre et finance”-regeling gebeurt de beoordeling uitsluitend in hoofde van de titularis.

Belastbaar moment: verwezenlijking, niet betaling

  • Het aanknopingspunt is de verwezenlijking, niet de effectieve betaling. Uitgestelde betalingen van overdrachten die vóór 1 januari 2026 werden verwezenlijkt, vallen niet onder de nieuwe belasting.
  • Voor bancaire beleggingsproducten geldt de transactiedatum (trade date), niet de vereffeningsdatum.
  • Bij earn-outs verschuift het belastbaar tijdperk voor het onzekere deel naar het moment waarop het saldo vaststaat. Het reeds vaststaande deel is meteen belastbaar in het jaar van de overdracht.

De maatschap

Het aangaan of beëindigen van een maatschapscontract is op zich geen belastbaar moment. Ook de inbreng van financiële activa in een onverdeeldheid is geen verwezenlijking, zolang die niet neerkomt op een impliciete ruil. Brengen twee vennoten een gelijk aantal identieke aandelen in, dan is er geen verwezenlijking. Brengt A aandelen X in en B aandelen Y tegen gelijke waarde, dan is er wel een impliciete ruil en realiseren beiden een belastbare meerwaarde op de helft van hun inbreng.

Minderwaarden

Minderwaarden kunnen enkel onder strikte voorwaarden van meerwaarden worden afgetrokken: dezelfde categorie van activa, dezelfde belastingplichtige en hetzelfde belastbare tijdperk. De bewijslast ligt bij de belastingplichtige. Twee principes zijn cruciaal bij activa van vóór 2026:

  • Een minderwaarde wordt bepaald ten opzichte van de waarde op het fotomoment, niet ten opzichte van de oorspronkelijke aankoopprijs. Een hogere aangetoonde aanschaffingswaarde kan de meerwaarde enkel tot nul herleiden, nooit tot een minderwaarde leiden.
  • Bij meerdere aankopen van identieke activa geldt niet fifo, maar de gewogen gemiddelde aankoopwaarde van alle vóór 31 december 2025 aangehouden activa.

Rekenvoorbeeld uit de circulaire

Een belegger koopt 10 aandelen aan € 100 (januari 2024), 20 aandelen aan € 150 (juni 2024) en 70 aandelen aan € 240 (februari 2025). Op 31 december 2025 is het aandeel € 200 waard. De gewogen gemiddelde aankoopwaarde is € 208 per aandeel.

Verkoop

Prijs

Resultaat t.o.v. fotomoment (€ 200)

Uitkomst

2029: 50 aandelen

€ 190

Minderwaarde van € 10 per aandeel (€ 500)

Geen terugval op de oorspronkelijke aankoopprijs

2030: 25 aandelen

€ 210

Meerwaarde van € 10 per aandeel (€ 250)

Correctie mogelijk (€ 208 > € 200): meerwaarde daalt naar € 2 per aandeel (€ 50)

2031: 25 aandelen

€ 205

Meerwaarde van € 5 per aandeel (€ 125)

Correctie niet meer mogelijk: verkoop na 31 december 2030

Andere punten

  • Interne meerwaarden: enkel relevant is of de verkoper, alleen of samen met naaste familie, controle heeft over de overnemende vennootschap. Een ondernemer die herinvesteert via een private equity-fonds, of een management buy-out waarbij de verkoper een minderheid behoudt, valt hier niet onder.
  • Obligaties en derivaten: de afwikkeling van een derivatencontract en de terugbetaling op vervaldag van een obligatie die onder pari werd aangekocht, zijn overdrachten onder bezwarende titel en kunnen een belastbare meerwaarde opleveren.
  • Speculatie: een aangifte van een meerwaarde onder het nieuwe regime wordt geacht correct te zijn. De administratie draagt de bewijslast als zij abnormaal beheer of speculatie aanvoert.
  • Meerdere effectenrekeningen: de fifo-methode wordt afzonderlijk per effectenrekening toegepast.
  • Nog open: de circulaire kondigt aan dat onder meer de roerende voorheffing en de mogelijkheid tot opt-out afzonderlijk zullen worden behandeld.

Focus op private equity en ondernemers

Voor private equity-transacties kruist de meerwaardebelasting rechtstreeks met rollovers, verwatering, earn-outs en pre-closing reorganisaties. De fiscale impact moet daarom van bij de start deel uitmaken van de structurering van de deal.

Het 20 %-criterium bewaken

Zakt het belang van de ondernemer door een kapitaalronde of herinvestering onder 20 %, dan verliest hij toegang tot de vrijstelling van € 1.000.000 en de progressieve tarieven. Bij een latere verkoop geldt dan het algemene regime met slechts € 10.000 vrijstelling en 10 %. De participatiegraad bewaken wordt dus een cruciale parameter, ook bij een beperkte herinvestering in de overnemende holding.

Earn-outs

  • Een earn-out gekoppeld aan een transactie van vóór 1 januari 2026 valt niet onder de nieuwe belasting, ook al wordt ze pas nadien uitbetaald.
  • Bij transacties vanaf 1 januari 2026 wordt een earn-out beschouwd als een realisatie onder opschortende voorwaarde. De meerwaarde is verwezenlijkt zodra de tegenprestatie zeker en vaststaand is.
  • De progressieve schijven en vrijstellingen van het aanmerkelijk belang gelden ook voor latere earn-outbetalingen: men kijkt terug naar de oorspronkelijke participatie.
  • Onduidelijk: of alle ontvangen bedragen (initiële prijs en earn-outs, gespreid over meerdere jaren) moeten worden samengevoegd tot één globale meerwaarde, of dat elk jaar afzonderlijk de schalen mag worden toegepast. Hierover bestaat nog geen formeel standpunt.

Interne meerwaarden en rollover

De minister van Financiën bevestigde dat de controledrempel restrictief wordt gelezen: enkel controle “alleen” of “samen met naaste familieleden” telt. Gezamenlijke controle met een derde, zoals een PE-investeerder, valt hier niet onder. Controle moet bovendien aanwezig zijn op het ogenblik van de overdracht. Controle die pas ontstaat door een herinvestering na de verkoop valt in beginsel niet onder het regime, behoudens toepassing van de algemene antimisbruikbepaling. Voorzichtigheid blijft geboden als de verkoper vóór de transactie al controle heeft over de overnemende entiteit, of bij structuren die economisch moeilijk te verantwoorden zijn.

Emigratie

Fiscale emigratie van een aandeelhouder wordt behandeld als een overdracht onder bezwarende titel, waardoor latente meerwaarden kunnen worden belast. In bepaalde gevallen geldt automatisch uitstel van betaling gedurende twee jaar. De uitkomst hangt af van de bestemming, de timing van een latere verkoop en een eventuele terugkeer naar België binnen die twee jaar.

Herbeleggen na een exit

Klassieke private-equityfondsen vallen in principe volledig onder de nieuwe meerwaardebelasting. Bij een (private) privak worden uitgekeerde meerwaarden doorgaans gestructureerd als dividenden, die op basis van specifieke wetgeving zijn vrijgesteld van roerende voorheffing. De belastingdruk kan daardoor aanzienlijk lager liggen. Analyseer dus de fondsdocumenten, de distributiemechaniek (dividend, kapitaalvermindering, meerwaarde) en de kwalificatie bij de eindinvesteerder. Ook bij co-investeringen is het 20 %-criterium en toekomstige verwatering best vooraf te modelleren.

Wat kunt u nu doen?

  1. Breng uw financiële activa in kaart en documenteer de waarde op 31 december 2025 (bij crypto bv. via een screenshot van de koers).
  2. Bewaar de historische aankoopwaarden: tot en met 31 december 2030 kan een hogere aanschaffingswaarde de meerwaarde verminderen.
  3. Laat bij niet-beursgenoteerde aandelen nagaan of een onafhankelijke waardering (mogelijk tot en met 31 december 2027) zinvol is, zeker bij hoge multiples, start- en scale-ups of holdings en vastgoedstructuren.
  4. Bewaak het 20 %-criterium bij kapitaalrondes en herinvesteringen.
  5. Betrek de fiscale impact vanaf het begin bij earn-outs, rollovers en de keuze van het beleggingsvehikel.

Heeft u vragen over uw persoonlijke situatie? Neem gerust contact op met uw vaste adviseur bij Pink Bay.

Bronnen: Accountancy Actualiteit nr. 2026/16, “Eerste circulaire over de nieuwe meerwaardebelasting: verduidelijkingen over de praktische invulling” (H. Goethals en S. De Clercq, BDO) en nr. 2026/17, “De nieuwe meerwaardebelasting en Private Equity” (N. Smeulders, BDO), beide Wolters Kluwer.